De eerste boeken werden door monniken met de hand, in het
Latijn's geschreven en waren echte kunst werken, het duurde dan ook jaren
voordat een boek klaar was waardoor ze zeer zeldzaam zijn. Omdat deze
boeken een religieus onderwerp hadden lag het gebruik dan ook alleen bij
de kerk of het klooster.
Om deze kostbare boeken te beschermen werden ze voorzien van boekbanden
waardoor ook de boeksluiting en het boekbeslag zijn intrede deed. De
boekband werd in het begin gemaakt van hout welke omspannen werd met
perkament of leder. Het beslag diende er voor
om beschadiging van de boekband te voorkomen en tevens had het ook een
decoratieve functie.
De sluiting werd gebruikt , om het vormen van stof consentraties tussen de
pagina's zo veel mogelijk tegen te gaan. Stof kon namelijk het
perkament/papier en de inkt aantasten.
De oudst bekende boekband die bekend is stamt uit de 7de eeuw en is afkomstig uit
Engeland.
In het midden van de 15de eeuw nam de boekdrukkunst in Europa zijn vaste
vorm aan. Omdat alle letters met de hand gezet moesten worden nam het nog
steeds veel tijd in beslag om een kompleet boek te drukken, maar toch werd
hierdoor het gebruik van een
boek wat algemener.
Pas in 1787 werd de drukpers uitgevonden waarmee men in staat was om een
hele bladzijde in een keer af te drukken.
De onderdelen die we kunnen aantreffen op de boekband zijn :
Sluiting :
Slothaak
Muiter
Beslag :
Hoekbeschermer
Centraalstuk

Vormgeving
De sluiting bestond dus uit een slothaak en een muiter.
Bij de slothaken kunnen we twee typen onderscheiden. Het eerste type
bestond uit een rechthoekig plaatje welke aan de ene zijde was voorzien
van een haak, en aan de andere zijde een soort kokertje wat weer , als een
soort scharnier, aan een bevestigingstong werd bevestigd. Deze
bevestigingstong werd dan weer vast geklonken aan een leertje dat aan de
boekband werd bevestigd. Er is ook een twee delige, scharnierende,
bevestigingstong bekend waardoor het leertje minder werd belast zodat de kans op
breken minder werd.
Het andere type bestond uit twee aan elkaar geklonken plaatjes, of uit een soort gegoten
riemtong, met daartussen een strookje leer welke ter bevestiging aan de
boekband diende.
Een uiteinde van de slothaak was voorzien van een haak welke, bij het
sluiten van het boek, om het uiteinde van de muiter werd geklemd. De
muiter is qua opbouw het zelfde als de slothaak maar met dit verschil dat
de haak is vervangen door een soort van oog waarom de haak van de slothaak
werd geklemd.
Het meest voorkomend model van de slothaak en de muiter is een rechthoek,
welke aan het gedeelte waar hij aan de boekband werd bevestigd was
voorzien van een soort vissenstaart. Dit model wordt ongeveer rond
1500 voor het eerst gebruikt.
De beslagstukken zijn dus te verdelen tussen de vier hoekbeschermers en
het centraalstuk. De hoekbeschermers zijn meestal gemaakt in de vorm van
een driehoek waardoor ze precies in de hoek van de boekband paste.
Het centraalstuk heeft niet echt een bepaalde vaste vorm, dit kon zowel
rond, vierkant als ruitvormig zijn. Wat we wel kunnen vaststellen is dat
er, en zeker in zijn begin periode, in het midden een verdikking was
gemaakt zodat dit nog meer bescherming gaf aan de boekband wanneer hij
werd plat gelegd.
Pas later, toen het bezit van boeken algemener werden door de vernieuwde
druktechnieken, kregen de beschermhoeken en het centraalstuk meer een
decoratieve functie waardoor alle denkbare vormen gebruikt werden.
Materiaal
Voor zowel de slothaken, muiter's, hoekbeschermers en het centraalstuk
geldt dat deze gegoten of handmatig gemaakt kunnen zijn. Bij de vroegste
boekbanden waren de boeksluitingen en beslagstukken gemaakt van zilver of
goud. Deze boekbanden zijn uiterst zeldzaam omdat er maar heel weinig van
zijn gemaakt, zelfs in de musea's, . Dit is ook de reden waarom de
sluitingen en beslagstukken die we vinden altijd na 1450 dateren toen men
begon met het drukken van boeken waardoor het bezit van een boek niet
alleen voor de kerk of klooster was weggelegd maar ook voor de adel en
hogere burgerij.
De vroegste boeksluitingen en beslagstukken die we
tegenkomen kunnen we dateren vanaf ongeveer 1450 en zijn gemaakt van
koper/messing of lood/tin. Ongeveer rond 1500 verdwijnd het gebruik van
lood/tin omdat dit materiaal erg kwetsbaar was. Vanaf 1700 was het bezit
van een boek, zoals een bijbel, voor de meeste mensen wel weggelegd en
komen er dan ook meer boeksluitingen en beslagstukken in zilver voor, goud
blijft tot op de dag van vandaag zeldzaam.
Versiering
De eerste boeken welke in het bezit waren van de kerken of kloosters,
waren altijd rijkelijk versierd dmv edelstenen, ivoor of andere kostbare
materialen. Pas in de 15de eeuw, toen het boek wat algemener werd, dus ook
beschikbaar was voor de adel en de hogere burgerij, werd de versiering
eenvoudiger omdat dit de koper extra geld koste. Maar het bezit van een boek bleef een zeldzaamheid wat tevens
geld voor de mensen die het ook daadwerkelijk konden lezen.
De meest gevonden slothaken, muiters, hoekbeschermers en centraalstukkken
welke na 1500 dateren zijn bijna altijd versiert
met een simpele graveringen, dit kunnen cirkels, veren, vierkantjes of een
ruitpatroon zijn. Pas in de 17de eeuw ging men de nadruk weer wat
meer op het versieren van de boekband leggen, er is een beslagstuk bekend waarin zelfs het
laatste avondmaal wordt afgebeeld.
![]()
Link naar start pagina