Knopen
De knoop werdt in zijn begin periode merendeels gebruikt
voor het sluiten van kledingstukken, beurzen etc. maar in sommige gevallen
diende de hij ook ter decoratie.
Hij vindt waarschijnlijk in de 9de eeuw, ergens in het verre Oosten zijn
oorsprong, pas in het begin van de 13de eeuw komt hij via handels wegen
naar Europa. In de 11de eeuw kennen ze in Engeland al schoenen welke zijn
voorzien van een soort lerensluiting welke veel gelijkennis vertoond met
de knoopsluiting.
De vroegst bekende vermelding van een knopen atelier, is in een 13de eeuws
geschrift. Het atelier was gevestigd te Parijs (Frankrijk).
Vormgeving :
Een knoop is opgebouwd uit twee hoofd onderdelen, de basis en het
bevestigings oog.

Als we een verdeling naar fabrikage gaan maken kunnen we de knoop verdelen in de volgende vier groepen :
Handmatig gemaakt
Volledig gegoten in een mal
Hieronder zijn de meest voorkomende basis vormen weergegeven, alle kunnen voorzien zijn met of zonder een versiering, met uitzondering van het lantaarn model.
A - Rond
B - Half rond bol
C - Half rond plat
D - Ovaal
E - Half ovaal plat
F - Lantaarn of opengewerkt ( filigrain )
G - Plat
H - Schotelvormig bol
I - Schotelvormig hol
De modellen A, B, C, D, E en G kunnen ook hol voorkomen.
Voor de bevestiging aan het voorwerp kunnen we onderscheid maken tussen de volgende soorten
ogen :
Het oog werd aan de basis vast gesoldeerd
Het oog werd tijdens het gieten in de vloeibare basis gedrukt
Het oog werd tergelijkertijd met de basis mee gegoten
Ronde gaatjes in de basis
De Handmatig gemaakte knopen zijn opgebouwd van
verschillende losse onderdelen welke later aan elkaar werden vast werden
gesoldeerd.
In de 13de eeuw gaat men ook gebruik maken van twee delige mallen. In deze
mallen werd alleen de basis gegoten waarna het oog, in het vloeibare
metaal werd gedrukt. Pas in de 14de eeuw worden er ook drie delige mallen
gebruikt, hierdoor kon men de knoop volledig met oog in een keer gieten.
Door het gebruik van de drie delige mal was het ook mogelijk om knopen met
een holle basis te gieten.
We mogen concluderen dat de knopen waarbij het oog vast aan de basis werd
meegegoten na 1400 dateren.
Na 1550 gaat men knopen gieten waarbij het oog wordt vervangen door een
platte of ronde pen welke naar afloop werd doorboord.
De platte knopen welke voorzien zijn van gaatjes, ipv een bevestigings
oog, komen pas in het begin van de 17de eeuw voor.
Materiaal :
Tussen 1200 en 1500 was lood/tin, koper/messing en nikkel het meest
gebruikte materiaal, er zijn natuurlijk ook uitzonderingen, een daarvan is
een knoop waarvan de basis is gemaakt van glas.
Na 1500 gaat men steeds meer over op koper/messing en
nikkel, waarschijnlijk omdat dit materiaal sterker was waardoor het minder
aan slijtage onderhevig was, het materiaal lood/tin vervalt dan. Vanaf
1600 komen knopen bijna in alle denkbare materialen voor, ook zilver en
goud, er is ook een knoop uit de 18de eeuw bekend welke gemaakt is van
hout en omspannen is met stof.
Versiering :
De vroegste knopen waren meestal glad, vanaf 1475 ging men de knopen
steeds vaker versieren, dit kon een handgegraveerde of een meegegoten
versiering zijn. De meest voorkomende versieringen bij de laat
middeleeuwse knopen zijn oa. Gotische letters, bloemen of gewoon puntjes, er
zijn ook uitschieters bekend waarbij de versiering bestaat uit bv. een vrouwe
portret of de kruizegings scene. Vanaf 1550 was de versiering bijna altijd meegegoten en bestond
deze meestal uit een bloem motief. Tegen het einde van de 18de eeuw komen
ook de zogenaamde uniform knopen in opgang, hierop wordt dan het regiment
symbool op afgebeeld.
![]()
Link naar start pagina