Schoeisel


Het schoeisel diende in de eerste instantie als beschermmiddel van de voet tegen invloeden van buitenaf. In zijn begin periode, ver voor de Romeinse tijd, bestond het schoeisel uit een simpel stuk dierenhuid welke dmv een stuk vlas of touw om de voet werd vast gemaakt. 
Het waren waarschijnlijk de Romeinen die het eerste model schoeisel ontwikkelde. Dit schoeisel bestond uit een stuk dik leer welke voorzien was van verschillende lange veters die om het onderbeen gedraaidt werden, ter sluiting werd er dan in de uiteinde een knoop gelegd.

Het schoeisel is te verdelen in twee hoofd typen :

Het open type is weer te verdelen in modellen :

De stillegang bestaat uit twee aan elkaar genaaide lederen zoolen welke opgevuld zijn met kurk. Hieraan werden de uiteinde van twee open driehoek vormige leren riemen genaaid welke in het midden, dmv een sluiting, met elkaar verbonden zijn. Zijn oorsprong ligt ongeveer tussen 1350 - 1400.

De trip bestaat uit een dikke houten zool met twee verdikkingen aan de onderkant waaraan, zowel links als rechts, een dicht driehoek vormig stuk leer werden gespijkerd. Het ene stuk leer was voorzien van een of twee lippen, de andere was voorzien van een of twee inkepingen. Bij het sluiten werd de lip, of lippen, door de inkepingen gestoken en geborgt door een, of twee ijzeren pennen. Zijn oorsprong ligt ongeveer tegen het einde van de 14de eeuw. 

De tripklomp bestaat net als bij de trip uit een dikke houten zool met twee verdikkingen aan de onderkant, maar inplaats van een open sluiting heeft deze een dichte lederen opbouw voorzien van een open achtezijde waarin men de voeten kon steken. Zijn oorsprong ligt ongeveer tegen het einde van de 14de eeuw. 

De muil bestaat uit een lederen zool welke voorzien is van een half open lederen opbouw die alleen de voorkant van de voet bedekt. Er is geen extra sluiting gebruikt. Zijn oorsprong ligt ongeveer rond 1450.

De platijn bestaat uit een dunne vlakke houten zool voorzien van een lederen band waarin de voet gemakkelijk in en uit gestoken kon worden. Er is geen extra sluiting gebruikt. Zijn oorsprong ligt ongeveer rond 1400.

 

Het dichte type kunnen we verdelen in de volgende modellen :

 

De lederen schoen is in principe de benaming voor het schoeisel welke we tot op heden, allendaags gebruiken. Deze bestaat uit een lederen zool, met of zonder hak, met daarop een lederen opbouw die de voet voledig tot net onder, of boven de enkels omsluit. De sluiting kon zich zowel bovenop als aan de buitenzijde van de schoen bevinden, deze kon bestaan uit een knoop- of gespsluiting. De oorsprong van de schoen zoals wij hem nu kennen ligt ongeveer in de 9de eeuw.

De lederen boot heeft qua opbouw de zelfde vorm als de schoen, met als uitzondering dat de neus stomp van vorm is, en de zool dikker is. De sluiting bestond uit een gespsluiting welke zich bevond aan de buitenzijde van de boot. Zijn oorsprong ligt ongeveer rond 1550.

De lederen pantoffel, ook wel instapschoen genoemd, is qua vorm ook weer het zelfde als de schoen maar deze omsluit de voet tot ver onder de enkel, en hij is niet voorzien van een sluiting. Zijn oorsprong ligt ongeveer tussen 1450 - 1500.

De lederen laars heeft ook weer de zelfde vorm als de schoen maar deze omsluit de zowel de totale voet als het onderbeen, in somige gevallen zels ook nog een gedeelte van het bovenbeen. De laars kan zowel voorkomen met, als zonder sluiting. Als er een sluiting is gebruikt dan bestaat deze uit een knoopsluiting welke zich bevind op het gedeelte dat het onderbeen omsluit. Zijn oorsprong ligt ongeveer rond 1200. In zijn begin periode is er nog geen sprake van een hak, deze verschijnd waarschijnlijk tussen 1575 -1625.

De klomp is voledig gestoken uit een stuk hout en gevormd naar de voet. Deze klomp omsluit de voet tot ver onder de enkel, hierdoor kon men er gemakkelijk in en uit stappen want er is geen gebruik gemaakt van een sluiting. Zijn oorsprong ligt ergens tussen 1550 - 1575.

Bij de klomplaars is de houten klomp voorzien van een lederen opbouw welke het onderbeen omsluit. De oorsprong ligt ongeveer vanaf 1750

Omdat de schoen erg mode gevoelig was, en nog steeds is kan zowel het open als het dichte type schoeisel in verschillende varianten voorkomen, dit verschilt qua periode dat ze gemaakt zijn.

Het schoeisel kan voorzien zijn van verschillende sluitingen :

De gesp- en de knoopsluiting word besproken in een andere catagorie van het hoofdstuk kleding accessoires. Bijde konden zich bevinden zowel bovenop als aan de buitenzijde van het schoeisel.

Bij de vetersluiting, waren er in het leer van de opbouw van het schoeisel gaatjes gemaakt hierdoor werd een veter gehaalt die uiteindelijk werd dicht geknoopt, deze sluiting kon zich bevinden zowel bovenop als aan de buitenzijde van het schoeisel. Het onstaan van deze sluiting ligt ongeveer tussen 1525 - 1550 en wordt tot op heden nog steeds gebruikt.

De borgsluiting word toegepast bij de trip, zie de omschrijving van de trip voor meer informatie.

       
       
       
       

 

Link naar start pagina

Home